Zoeken

05

jan

Gebruikerswaardering: 1 / 5

Ster actiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 

Ik ben er ook, maar ken nog niet veel van de aanwezigen. Pas een paar maanden lid. Ik ben gewoon als lid aanwezig. Het is avond. De kantine van de tennisvereniging stroomt vol. Vol met vooral oudere leden, gezellig kletsend. 

Nu bespaar ik u de details en spring ik even door naar een interessante fase van deze achteraf opvallende ledenvergadering. 

We zijn bij punt vijf van de acht: de matige financiële situatie van de vereniging. De penningmeester gaat wat rechterop zitten en neemt het woord. Een korte, vrij laconiek overkomende intro volgt uit zijn mond en hij pleit voor goedkeuring. Niemand reageert. In het midden voor de bar staat een standaard met een microfoon. Die is duidelijk zichtbaar voor dit doel neergezet. De voorzitter herhaalt de vraag van de penningmeester. Mensen mompelen gewoon door. Niemand maakt aanstalten. Enigszins verrast door dit eenrichtingsverkeer sta ik op en loop naar het midden waar de microfoon staat. Ik stel de penningmeester kort enkele vragen over de ambitie, over de financiële onderbouwing. Kennelijk was dit zo onverwacht. Want, er volgt een stilte. Je kon een speld horen vallen. Niets geen gezellig mompelende dames en heren. Nee, er ontstaat een ongemakkelijke situatie, bijna voelbaar gewoon. Aangemoedigd door een oogcontactzoekende voorzitter begint de penningmeester aarzelend dan toch een algemene reactie te formuleren. Niet eens voor mij, meer voor de aanwezigen. Mensen achter mij aan de bar en bij diverse tafels voor mij beginnen wat te mompelen. Ik wacht niet verder af en begin door te vragen. Er klinkt bijval van diverse aanwezigen met “Ja, inderdaad”, en “Ja, waarom is dat eigenlijk?”. De voorzitter heeft moeite het centraal te houden. Maar er ontstaat zowaar een discussie tussen bestuur en ledenvergadering. Van links en rechts grijpen leden de situatie, en de microfoon, aan en beginnen soms wat te emotioneel ook opmerkingen te plaatsen en vragen te stellen. De discussie over dit agendapunt duurt driekwartier, de vergadering dreigt uit te lopen. Prachtig, er is iets moois gebeurd.

Na de vergadering word ik van allerlei kanten aangesproken. De voorzitter kon het zeer waarderen, een ander bestuurslid wilde inhoudelijk nog wat weten en andere leden deden de discussie nog eens in het klein over. Interessant vonden ze het, “Zo hebben we dat nog niet eerder meegemaakt”. 

Discussies horen er bij, bij het leven, bij de (sociale) mens. Zo kom je er achter wat iemand vindt, wat iemand drijft, waarom iemand iets doet of niet doet. Hoe iemand denkt blijkt vaak uit wat er in discussies wordt gezegd en non-verbaal wordt gedaan. Ik gebruik het vaak om iemand bewust te maken van een situatie of een probleem. Het naast een sociale dus zeker ook een belangrijke professionele waarde. De discussie op de vereniging leek vrij uniek. En dat is natuurlijk niet vreemd en toch ook weer wel. Niet vreemd omdat ze het vergeten zijn te doen over onderwerpen ook als die gevoelig zijn, en het niet meer gewend waren. Wel vreemd omdat het heel natuurlijk en logisch is te discussiëren als je samenwerkt en samen in een organisatie zit.

Daarom roep ik vanuit men bescheiden rol: “Doe eens vreemd in uw bestuur of commissie: ga de discussie aan. Niet nadenken over de gevolgen, die kunt u toch niet overzien. Vermijd de discussie niet, schuif het niet vooruit. Discussieer meer, nu, de eerstvolgende vergadering. Ik lees graag uw ervaringen!