Zoeken

Ster inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactiefSter inactief
 
De GGz staat voor uitdagingen. Enkele honderden vrijgevestigde psychiaters en psychologen willen geen contract meer met verzekeraars afsluiten. Ze wensen zich niet langer te schikken in de eisen die de financier stelt  t.a.v. vorm en inhoud (en dus uiteindelijk de prijs) van de te leveren zorg. Behalve het feit dat de cliënten hiervan de dupe dreigen te worden (ze moeten de behandeling dan zelf betalen) dreigt er een tweedeling in de zorg te ontstaan. Niet ieder kan zich n.l. zo’n dure behandeling veroorloven. n de klanten lijken de klos. Tijd voor vernieuwing en anders organiseren?



Stelt de financier dan zulke hoge eisen?


Ja en nee: Ja, omdat deze zich bemoeit met het lang verborgen en diep bewaarde geheim van de spreekkamer, waartegen de beroepsgroep zich terecht verzet. Nee, omdat die eisen criteria bevatten die op alle beroepsbeoefenaren van toepassing zijn: kwaliteit, doelmatigheid (evidence based) en, als het kan, tegen een redelijke prijs.


Zorg op maat

Uit recent onderzoek blijkt dat 2/3 van de cliënten met een angststoornis nog niet behandeld wordt met de geëigende behandeling: Cognitieve gedragstherapie, eventueel ondersteund met medicatie.

Het is niet duidelijk wat al die cliënten dan wel wordt geboden. Meestal betreft het  zgn. ‘ondersteunende gesprekken’ met, als je geluk hebt, een ervaren therapeut. Helaas is dat vaak niet het geval omdat meer dan de helft van de behandelaren momenteel bestaat uit niet lang geleden  afgestudeerde (vrouwelijke) psychologen.

 
Bemoeizucht van de verzekeraar?

Terecht ook verzetten behandelaren (het zijn opvallend genoeg bijna uitsluitend vrijgevestigden  met een kleine praktijk) zich tegen de inbreuk op de privacy van de cliënt waar het gaat om gegevens, die niet echt nodig zijn om tot vergoeding over te gaan. Dat een diagnose volgens het classificatiesysteem DSM V daarbij noodzakelijk is, valt te betwijfelen: Te veel blijkt de diagnose in een later stadium van de behandeling te wijzigen of te berusten op gebrekkige evidentie. Ook blijkt dat de behandelaar geneigd is de diagnose af te stellen op de toe te passen DBC. De problematiek omschrijven in termen van zorgbehoefte lijkt een meer functionele benadering, maar heeft nog weinig voet aan de grond gekregen binnen de Nederlandse curatieve gezondheidszorg.

Het oneigenlijk gebruik (of verkoop) van medische gegevens van de cliënt is uiteraard uit den boze, maar dit geldt niet alleen voor de GGz. Betere privacywetgeving zal dit verschijnsel uit de wereld moeten helpen.
En vergeet niet, de (G)gz heeft lange tijd zelf weinig ondernomen om de doelmatigheid van zorg, de kwaliteit en het wetenschappelijke gehalte van de behandeling te onderbouwen en aan te tonen.
Nog steeds laat de kwaliteitsborging,  m.n in de kleine praktijken van de vrijgevestigden, ernstig te wensen over: De meesten nemen niet deel aan intercollegiale overleg of intervisie en kunnen slechts een beperkt repertoire van behandelingen bieden, waarbij elke vorm van toetsing achterwege blijft.


Wie betaalt, die bepaalt?

Dat nu, mede vanwege noodzakelijke bezuinigingen in de zorg, de financier namens de cliënt, mee gaat bepalen hoe de schaarste wordt verdeeld, mag niet verwonderlijk zijn. Ook niet dat deze min of meer dwingend aangeeft welke behandeling evidence- of practice based is. Het is immers de plicht van de verzekeraar om de beste zorg voor de klant in te kopen.

Het zou fijn zijn als dit proces gepaard zou gaan met minder wantrouwen over en weer, want er Is voor beide partijen nog een wereld te winnen.
 ‘Mensen in de zorg’ moeten hiertoe in staat zijn.